OPINIE – Geld, plezier en sensatie. Zomaar drie dingen waar de jonge mensen anno 2018 ontzettend ‘lekker op gaan’. We kopen wat we zien, doen wat we willen, genieten van alle drama om ons heen. Eigen bevrediging, on demand. Laat ik eens een vraag stellen: wanneer was de laatste keer dat jij iets voor iemand anders deed? Uit vrije wil, zonder er iets voor terug te verwachten? Niet dat ik nu moraalriddertje wil spelen voor de ideale samenleving, maar gewoon, omdat ik nieuwsgierig ben. Ik heb namelijk iets gevoeld wat ertoe doet.

Vrijwilligers van dorpshuis Vreeswijk verwelkomen wekelijks buurtbewoners voor een vers bereide avondmaaltijd. Samen met een collega was ik hierbij, om de sfeer te verslaan. Nou, sfeer, die was er. Die greep me bij de keel. De ‘vrijwillige’ bediening bestond uit een kleine groep ouderen. Dus… ik werd bediend door mensen ongeveer vier keer zo oud als dat ik ben. Vier keer.

“Ik weet niet of het de honger is die aan me knaagt, of een zeurend schuldgevoel”

De witvis met doperwtjes werd geserveerd door twee gerimpelde, trillende handen. “Is alles naar wens?” “Had je nog iets te drinken gewild, meisje?” Glimlachend kijk ik de vrouw aan en vervolgens klopt ze bemoedigend op m’n schouder, terwijl ze weer naar de keuken loopt. Ik wil opstaan en alle borden uit haar handen nemen. De drankjes inschenken, de afwas doen. Het hele dorpshuis schoonmaken, mij een zorg. Ik denk dat een ‘hart van goud’ nog zacht uitgedrukt is bij deze mevrouw. Oh, wat voel ìk me bezwaard. Zit ik hier, jong en vitaal te wezen, zittend op mijn gat, een beetje te profiteren van hun laatste greintjes energie van de dag. Ik weet niet of het de honger is die aan me knaagt, of dat het een zeurend schuldgevoel is.

Van de week concludeerden het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit gezamenlijk onderzoek dat het aantal vrijwilligers zorgwekkend terugloopt in ons land. “Ons motto is 100% vrijwillig met een inzet van 200%”, verkondigt Frans van Gennip, ook één van de vrijwilligers van de avond. 60-plus. Als ik later die week vraag aan een tweetal jongens op straat of ze ooit vrijwilligerswerk in een buurthuis hebben gedaan, kijken ze elkaar nogal vervreemd aan. “Ik ga m’n tijd toch niet verdoen bij die droeftoeters.”