Iedereen kent wel de islam, het christendom, het hindoeïsme en het boeddhisme. Ongelovigen worden atheïsten genoemd, maar dan is er ook nog het ietsisme. Zo ook de in Nieuwegein geboren Robine Schmitz. Zij gelooft dat er iets moet zijn, zoals een hogere macht of kracht.

Uit een onderzoek van Ipsos, politicoloog André Krouwel en godsdienstpsycholoog Joke van Saane van de Vrije Universiteit in opdracht van Trouw, blijkt dat Nederland meer ongelovigen telt dan gelovigen. Iets meer dan 25 procent van de bevolking is atheïst, terwijl 17 procent gelooft in het bestaan van God. Zo’n 60 procent, zit tussen godsgeloof en ongeloof in. Die groep is ietsist of agnost. Ietsisten geloven dat er ‘iets moet zijn als een hogere macht of kracht’. Agnosten zeggen niet te kunnen weten of er een God dan wel iets als een hogere macht of kracht bestaat.

Wat is Ietsisme?

Ietsisme is de naam voor een geloof in een onbepaalde metafysische kracht. Ietsisme is een algemene term voor uiteenlopende overtuigingen waarbij mensen “aannemen” dat er “iets” is “tussen hemel en aarde”, zonder een welbepaalde religie aan te hangen. Een ietser of een ietsist kan worden gezien als een gelovige, die echter traditionele beelden van goden links laat liggen, maar voor zijn zingeving behoefte houdt aan iets transcendents dan wel gelooft dat eraan al het bestaande een transcendente en absolute, maar onbenoembare kracht ten grondslag ligt.

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) komen deze cijfers niet uit de lucht vallen. Al jaren toont onderzoek aan dat het geloof in God op zijn retour is. In de laatste meting, van 2012, waren er nog wel iets meer gelovigen dan ongelovigen.

Robine Schmitz zit bij die 60 procent van ietsisten. ‘’ Ik ben niet gelovig opgevoed, mijn moeder is wel katholiek opgevoed, maar daar blijft het ook bij. We gingen nooit naar de kerk. Ben wel gedoopt, dat dan weer wel.’’ Robine gelooft wel dat er een hogere kracht is. ‘’Maar dat hoeft niet perse een god te zijn. Voor mij kan dat ook een familielid of vriend zijn die zijn heen gegaan, die dan boven in de ‘hemel’ een oogje in het zeil in houden op mij en dan zien dat het goed gaat met mij. Ik geloof niet dat er iemand is die alles heeft gecreëerd. Je hebt zelf invloed op je beslissingen, dat kan soms kut uitpakken. Je bent er voor jezelf.’’

Toetsingscommissies euthanasie: weer stijging meldingen euthanasie

Ook in 2016 steeg het aantal meldingen van artsen die een euthanasie uitvoerden. Dit blijkt uit het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE).

In 2016 ontvingen de RTE’s 6091 meldingen van euthanasie, een stijging van 575 ten opzichte van 2015. Het overgrote deel van de meldingen, 85%, was afkomstig van huisartsen. Er is sprake van een groei van het aantal meldingen van euthanasie bij mensen met dementie (van 109 in 2015 naar 141 in 2016), met een psychiatrische aandoening (van 56 in 2015 naar 60 in 2016) en met een stapeling van ouderdomsaandoeningen (van 183 in 2015 naar 244 in 2016).

Over de kwestie van het plegen van euthanasie is Robine een voorstander van. ‘’Ik vind dat iedereen de keuze heeft over zijn eigen lichaam, zeker wanneer het zo is dat de persoon uitzichtloos en ondraaglijk lijdt. Ik vind dat meer dan logisch. Hoe het nu gaat dat mensen niet zelf de beschikking daarover hebben vind ik belachelijk. De regering is niet de baas over jou, je bent en blijft nog steeds vrij om te gaan en staan waar je wil. Genoeg is genoeg, we moeten zelf het heft in handen nemen.’’

Op dit moment is het zo geregeld dat ook hulp bij zelfdoding in Nederland strafbaar is. ‘Hij die opzettelijk het leven van een ander op diens uitdrukkelijk en ernstig verlangen beëindigt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie’, zo is te lezen in het Wetboek van Strafrecht. Sinds 2002 kunnen artsen in bijzondere omstandigheden euthanasie verrichten en hulp bij zelfdoding verlenen.

‘’Ik vind het ook heel raar dat bijvoorbeeld een familielid die helpt bij zelfdoding vervolgd daarvoor wordt. Hoop dat dat snel wordt veranderd in wet.’’

Op de vraag: Je hele leven geloven dat er een god is en er achter komen dat die niet bestaat wanneer je overlijdt of je hele leven geloven dat er geen god is en er achter komen dat die wel bestaat?, vindt Robine lastig om daar antwoord op te geven. ‘’Eigenlijk is allebei wel erg cru. Maar het lijkt mij erger als je je hele leven hebt gewijd aan god, dat je er uiteindelijk achter komt dat die niet bestaat.’’

Robine noemt jehovagetuigen die hun geloof aan anderen proberen te overtuigen, als voorbeeld wat te overdreven is voor haar. ‘’Dat hoeft voor mij allemaal niet. Zeker in anno 2017 niet, iedereen moet zelf lekker weten wat hij of zij gelooft.’’

‘’Ik kan mij een klein beetje verplaatsen over de opmerkingen en scheldwoorden die jehova getuigen naar hun hoofd krijgen. Ik weet nog een keer dat ik voor het goede doel geld ging inzamelen, toen kreeg ik ook allemaal hatelijke opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. Moet je nagaan als je een geloof probeert over te brengen.’’

Robine haalt haar kracht vooral uit mensen. ‘’Ik vind mensen onwijs interessant, ik ben altijd benieuwd naar hoe iemand in elkaar zit en wat diegene drijft. Iedereen is anders, gelukkig maar, anders zou het heel saai zijn.’’ Haar boodschap is: doe wat je wil maar houd rekening met anderen. Steek je nek uit voor anderen, want wie goed doet, wie goed ontmoet.