Tijdens de afgelopen Pinksterviering is Cornelius Steenman in het bezit geraakt van de zogenaamde Willibrord plaquette, “een bisschoppelijke onderscheiding van het Aartsbisdom Utrecht” zo vermeld hij. Steenman is sinds 1987 al woonachtig in Nieuwegein, voorheen was hij werkzaam in de ICT en bij een bankbedrijf. Daar vervulde hij verschillende taken “De ene keer was ik consultant, dan weer lijnverantwoordelijke of projectmanager.” Inmiddels is Steenman gepensioneerd en vervuld hij verschillende vrijwilligerstaken taken voor de Barbarakerk.

Wat is de Willibrordplaquette nu precies?
“De plaquette is een bronzen plaat, voorstellende St. Willibrord, de eerste bisschop van de ‘Friezen’ met als zetel de stad Utrecht. Zijn wijding vond plaats in Rome in het jaar 695. Op de plaquette staat links zijn naam en rechts twee plaatsnamen, die belangrijk waren in zijn leven: Utrecht en Echternach (Nu Luxemburg) waar hij gestorven en begraven is.”

Wanneer kom je in aanmerking om de plaquette in ontvangst te nemen?
“De onderscheiding wordt toegekend aan die gelovigen in het Aartsbisdom die betekenisvolle, meer dan gewone verdiensten hebben verricht voor de kerkgemeenschap ter plaatse.”

Hoe bent u in aanmerking gekomen voor de plaquette?
“De plaquette is toegekend op voordracht van het parochiebestuur (de parochie omvat 8 kerken
in Zuid West Utrecht, waaronder IJsselstein, Montfoort, Harmelen en Nieuwegein). Zelf wist ik niet dat deze aanvraag liep en de toekenning was een complete verassing.”

Wat betekend deze plaquette voor uzelf?
“Het is de waardering en erkenning van al het werk dat ik sinds 1999 voor de parochie in het
algemeen en de Barbarakerk in het bijzonder als vrijwilliger heb verricht. Sinds de oprichting in 1999 ben ik secretaris van het Restauratiefonds dat de opdracht kreeg geld in te zamelen voor de algehele restauratie van de Barbarakerk, een Rijksmonument. Die status geeft geen recht op subsidies dus op eigen kracht en met de constante inzet van 140 vrijwilligers gedurende 12 jaar hebben we samen het bedrag van € 900.000,- bijeen weten te brengen. Met dat geld is de kerk in 2011 compleet gerestaureerd. Verder ben ik nog kerkhofbeheerder: een opdracht om ons dorpskerkhof te gaan leiden om ook naar de toekomst toe de graven van de vele families uit Vreeswijk in stand te houden. Tot slot ben ik vicevoorzitter van de kerkcommissie: een soort van ‘dagelijks bestuur’ van de Barbarakerk die zorgt voor al het reilen en zeilen van de geloofsgemeenschap. Voor de totale parochie (dus de 8 kerken en overig onroerend goed) beheer ik de assurantie portefeuille.”

Wanneer heeft u de plaquette in ontvangst mogen nemen?
“Op het eind van de viering op Pinkstermorgen (20 mei 2018) zette pastoor Van der Vegt een stoel op het altaar en nodigde mij, tot mijn verbazing, uit daarop plaats te nemen. Met een speech voor de volle kerk (het was een Pinksterviering) kreeg ik de ingelijst oorkonde en de bronzen Willibrordplaquette overhandigd.”

Waarom wordt het plaquette uitgereikt?
“Een waardering voor al het werk en, zo vermoed ik, een aansporing om ermee door te gaan.”

Wie beslist wie de plaquette ontvangt?
“Na een voordracht beoordeelt het secretariaat van het Bisdom de argumentatie en beslist uiteindelijk de Aartsbisschop over de toekenning. Mogelijk ben ik de enige dit jaar in het bisdom, mogelijk zijn er ook anderen die eveneens ergens in het jaar deze plaquette hebben gekregen. Dat weet ik niet. Er wordt niet zo openlijk over gepubliceerd.”

Wat gaat u doen nu u de plaquette in ontvangst hebt mogen nemen?
“De plaquette met oorkonde is inmiddels ingelijst en hangt aan de muur. Maar nu serieus ik had niet het plan te stoppen. Zolang ik dat nog kan en men dat wil, ben ik van plan door te gaan met het ondersteunen van de geloofsgemeenschap rondom de Barbarakerk in Nieuwegein/Vreeswijk. Er is organisatorisch nog heel veel te doen om een vrijwilligersorganisatie draaiend te houden. Daarnaast hebben de bisdommen besloten een nieuw automatiseringssysteem te introduceren voor de financiële-, de leden-, de kerkbijdrage- en de kerkhof administratie. Dit alles naast het lopende kerkonderhoud en de zorg voor het kerkhof. Kortom, voldoende werk aan de winkel.”