In mijn vorige artikel, ‘Prediken is van levensbelang’, vertel ik over de avond die ik, als ongelovige, heb doorgebracht bij de Jehovah’s Getuigen in Nieuwegein. Daar ontmoet ik Marianne van Straalen (66), ik zit naast haar tijdens de bijeenkomst. Ze laat mij meelezen uit haar bijbel en legt mij met een grote glimlach dingen uit die ik niet snap. Met Marianne heb ik die avond een afspraak gemaakt om een paar dagen later nog eens samen in gesprek te gaan.

Ik tref Marianne in haar huis in Nieuwegein. Als ik aan kom lopen ziet ze mij al vanuit het raam en ze zwaait enthousiast voordat ze de deur open doet. Net als die avond bij de Koninkrijkszaal, heeft ze een grote glimlach en ik vind haar erg zachtmoedig en lief overkomen. Tot mijn verbazing heeft zij een broek aan en geen rok zoals bij de bijeenkomst. Ze legt mij uit dat alle vrouwen bij de bijeenkomst rokken dragen, maar dat dit niet altijd hoeft in hun eigen tijd. Eenmaal binnen bied ze mij een kopje thee aan en gaan we op de bank zitten. Haar huis ziet er gezellig uit, klein maar fijn.

Marianne maakt al zo’n 50 jaar deel uit van de Jehovah’s Getuigen. “Ik kwam voor het eerst in aanraking met de religie door mijn vriend, toen ik 16 was. Hij bestudeerde de bijbel en was een beetje fanatiek. Ik zag het eerst niet zo zitten, maar uiteindelijk na 3 maanden toen vertelde hij dat hij dienst ging weigeren, vond ik dat zó onbegrijpelijk, dat ik graag wilde weten waarom. Op een gegeven moment liet hij me wat in de bijbel lezen wat me heel erg interesseerde en dat ging over de eindtijd, Mattheüs 24:14. En ik dacht bij mezelf, daar wil ik alles over weten. Ik was best wel kritisch ingesteld, dus we hebben er heel veel over gepraat. Mijn ouders zijn het pas veel later te weten gekomen. Niet door mij, want ik dacht dat ik de wind van voren zou krijgen. Toen ze het hoorden waren ze zeker niet blij, maar daar stond ik boven. Ik vond het niet heel prettig, maar ik heb er nooit spijt van gehad.”

Wat de bijbel leert
“Het zijn een hele hoop dingen. De belangrijkste eigenschap is liefde. Maar daar vallen ook een hele hoop dingen onder. Maar ook de god leren kennen, waar jij juist níét in wilt geloven lacht. Maar ik geloofde toen ook niet echt in een god, ik was katholiek van huis uit en wij werden verplicht om naar de kerk te gaan en daar ging ik ook altijd wel naar toe. Ik dacht altijd ‘ja wat moet ik hier nou?’. Ik ging dan wel eens vragen stellen aan de leiding, maar die hadden nooit écht antwoorden. Dus toen mijn vriend wel met antwoorden kwam… Wij zoeken echt dingen uit. We weten waar we over praten.”

De kern
“De kern is moeilijk, want het zijn heel veel dingen. Maar het is eigenlijk een hele grote brief van God. Als je het zo bekijkt… Wij kunnen dat lezen en daar staan zijn gedachten in, zijn gedachten over allerlei dingen.”

Als ik denk aan God…
“Dan denk ik niet zo zeer aan een gedaante, maar ik denk wel heel vaak aan iemand die zijn armen om me heen slaat. Zijn liefdevolle eigenschappen. Je komt ook steeds verder als je toepast wat je leert, dingen waarvan je denkt ‘dit is waar’. Dan ga je steeds meer die persoonlijkheid van God ontdekken en dat is in één woord fantastisch.”

De waarheid
“Ik blijf altijd op zoek naar de waarheid. Dat wil dus zeggen dat ik het nog steeds de waarheid vind, maar als ik zou vinden dat ergens anders de waarheid veel beter naar voren komt… Ik blijf de waarheid volgen. Het maakt mij niet uit welke kant deze op gaat. Ik vind bijvoorbeeld de evolutieleer heel liefdeloos, omdat bij de evolutieleer degene die zwakker is gewoon pech heeft. Ik heb zelf uit de bijbel geleerd dat God heel anders denkt, juist degenen die zwak zijn, staan bij hem heel dicht bij.”

Dingen begrijpen

“Als je Jehovah in de bijbel leert kennen, de God die dat geschreven heeft… Dan krijg je ook veel meer hulp om de dingen beter te begrijpen. Dan kan je veel meer begrijpen en dan kan je veel dieper studeren. Je ziet veel meer de rode lijnen door de bijbel heen. Als ik bijvoorbeeld naar jou een brief schrijf, die heel intens is. En jij denkt ‘jeetje wat heeft ze veel taalfouten gemaakt zeg’. Maar je bent het met de middelste regel wel eens, maar de rest… Zo zouden we natuurlijk niet écht goed contact hebben. Desnoods lees je die brief nog een paar keer, tot je hem écht begrijpt en zo werkt het eigenlijk ook met de bijbel.”

Eindtijd
“Ik ben er ook helemaal van overtuigd dat we nu in de eindtijd leven. Daar twijfel ik geen moment aan. De eindtijd is natuurlijk niet alleen maar ellende, want er zijn ook heel veel goede mensen die heel erg hun best doen en organisaties die anderen willen helpen. Maar aan de andere kant zie je het verval van wetteloosheid, misdaden, de houding van mensen, het verval van de kerken… Ga zo maar door. Ik heb ook bijvoorbeeld mensen gesproken die 1914, de profetie uit het bijbelboek Daniel, nog bewust hebben meegemaakt en die vertelden mij dat het voor 1914 zo’n andere tijd was, er was een bepaalde rust en er heerste evenwicht. Je wist waar je aan toe was, je had duidelijke wetten. Zij zeggen ook dat het na die oorlog gewoon één grote chaos is geworden. Dus toen is de eindtijd begonnen, dat is het gekenmerkte jaar. Maar wanneer het einde daadwerkelijk gaat komen, dat weten we niet. Dat kan niemand zeggen.

Je kan het vergelijken met een oude schuur. Als jij een oude verlopen schuur hebt die  afgebroken moet worden, moet dan alles wat er in staat, zoals bijvoorbeeld je nieuwe fiets, dan ook plat? Je haalt het gereedschap en de goede spullen, alles wat bruikbaar is haal je er uit. Dan breek je die schuur af, maak je hem weer opnieuw en alle goede bruikbare spullen zet je er weer in. Dat gaat met de maatschappij ook gebeuren. Niet de aarde, maar de maatschappij. Allerlei mensen zullen dan weer terugkomen, mensen die nog nooit van God gehoord hebben of er niet in geloven… Die kunnen allemaal terugkomen. Uiteindelijk wil Hij dat er vrede is en blijft, dus dan moet je je aan zijn beginselen houden. Je krijgt allemaal kansen, kansen om Hem te leren kennen.”

Huisbaas
“Nog een voorbeeld: stel jij bent huisbaas. Je hebt een heel mooi huis laten bouwen, dat is jouw eigendom en dat staat leeg. Jij denkt ‘ja, dat is een mooi groot huis met een grote tuin. Ik wil daar een gezin in hebben, met kinderen.’ Want daar is dat huis natuurlijk voor. Vervolgens spreek je de ouders en je zegt ‘luister, je moet wel de buitenkant schilderen en de binnenkant schoon houden, het niet laten vervuilen. Er mogen geen dingen kapot gaan, geen gaten in de muren of kapotte ruiten. Jullie zijn verantwoordelijk voor dat huis, dat het er fatsoenlijk uit blijft zijn.’ Jij hebt als eigenaar het recht om dat te zeggen. Ik praat nu even over hoe God het ziet, hè? Is het onredelijk om te zeggen dat jij zegt ‘jullie mogen hier in leven, al krijg je 24 kinderen, het is prima. Maar ik wil wel dat je die tuin een beetje netjes houdt. Hoe je dat doet maakt me niet uit, maar laat de boel niet verpauperen.’ Hij wil dat wij als volwassenen gewoon verantwoordelijke personen zijn, die liefde hebben voor de aarde, voor de dieren en voor elkaar, voor mensen onderling.”

Prediken
“Jezus heeft ons de opdracht gegeven om discipelen te maken en te gaan prediken: ‘Vertel het overal en maak discipelen van mensen uit alle natiën.’ Ik vind het heel logisch dat je dat doet, want wat voor mij de waarheid is geworden uit de bijbel, als je dat ontdekt, vind ik het heel redelijk dat je dat ook met een ander deelt. Als een ander niet wil luisteren, maakt niet uit, dat is niet aan mij. Maar ik vind dat ik wel de verantwoordelijkheid heb om dat te vertellen. Als jij bijvoorbeeld weet dat mijn schuur in de fik staat en ik zit lekker ergens anders naar de bloemetjes te kijken, dan kom jij mij toch ook waarschuwen? Die verantwoordelijkheid heb je. Het is in de eerste instantie omdat Jehovah het graag wil, hij wil dat iedereen dit te weten komt zodat ze zelf daar een keuze in kunnen maken.

Aan de deur zijn mensen meestal heel aardig en als ze niet geïnteresseerd zijn, dan kan ik dat best begrijpen. Ik heb ooit een keertje bij iemand aan de deur gestaan een paar jaar geleden, toen deed er een man open, die was heel aardig en zei dat hij geen interesse had. Vervolgens ging er opeens een raam open en die vrouw die schold ons uit, ze schreeuwde de hele buurt bij elkaar. Dat had echt ik nog nooit meegemaakt, ik schrok ook heel erg omdat ik het niet verwacht had, we zijn toen ook snel weggegaan. Dat soort mensen moet je niet nog meer op de kast jagen, maar ze bleef schreeuwen. Wij worden er niet boos om als mensen dat doen, ik vind het eerder een beetje zielig.

Wat ik de lezers graag mee wil geven? Weet u dat er een god is die heel veel van u houd? Die heel graag wilt dat u gelukkig bent. Nee, dat is niet cliché, dat is mijn hart.”