Op de Erasmusbrug in Rotterdam, op het Plein in Den Haag of de Stopera in Amsterdam, je komt ze iedere zaterdag wel tegen; de gele hesjes. Al sinds half november van het vorige jaar wordt de Franse hoofdstad keer op keer gesloopt, en nu vloeit deze protestbeweging langzaam over naar ons koude kikkerlandje. Maar wat drijft deze gele hesjes in Nederland? Ik vroeg het aan initiatiefnemer Jikkenien Deerenberg.

“De gele hesjes is geen hard protest. Het is wel een hart protest met een t, want het komt vanuit onze harten. Maar we staan niet op de barricades en we hebben niet een slagstok in onze handen. We trekken het gele hesje aan vanuit ons hart. We zijn allemaal bezorgde burgers, wij hebben opstapeling op opstapeling van maatregelingen voor onze kiezen gekregen. Nu is het moment om te zeggen: Nu is het genoeg, we hebben het gehad. We zijn het zat dat wij met deze regering vanalles door de strot heen geduwd krijgen, en nu laat ik mij horen.

Wij zijn van verschillende achtergronden. Ik ben zelf jarenlang directie-secretaresse geweest, maar ik ben helaas ziek geworden. Ik zal nooit meer beter worden en ik zal waarschijnlijk ook niet oud worden, maar ik ga nog wel een tijdje mee. Hierdoor kost het mij heel veel energie om dit te doen, maar zwijgen is geen optie meer. Voor mijn gevoel moet ik dit doen. Moet ik dit doen om mensen wakker te schudden, om te roepen ‘jongens haal je hoofd uit het zand’ ‘en ga naar het stembureau voor de provinciale staten!’ Ondanks mensen heel ver weg van de Provinciale Staten staan, zorgen die Provinciale Staten ervoor dat als zij een bepaald percentage halen, dat zij de leden van de Eerste Kamer mogen verkiezen. De gele hesjes moeten ervoor gaan zorgen dat de coalitie geen meerderheid krijgt in de Eerste Kamer. Dus we moeten tegenstemmen. Als we er nou voor zorgen dat de regering geen meerderheid krijgt, dan gaat die wetgeving er niet doorheen, zoals die van het klimaatwet. Wij proberen dus de mensen die normaal niet zouden stemmen, op te roepen om wel te gaan stemmen.

We zijn het zat. We zijn het zat dat er ons niks gevraagd wordt. Er wordt van alles en nog wat aan ons beloofd. We hebben een oekraine referendum gehad, wat vervolgens lachend door Rutte van tafel gegooid werd. Ik zie zoveel beren op de weg, en ik maak mij zorgen. Ik maak mij zorgen om onze kinderen en kleinkinderen.

Als ik dat gele hesje aan doe, is dat gele hesje voor mij een teken dat ik op de barricade sta.

Fransen en Nederlanders op de barricade
Ik zie het ook als een anti-regerings beweging. Laat ik bij het begin beginnen, toen ze in Frankrijk op de barricades begonnen. Dat doen ze daar vrij hard. Die Fransen hebben een soort chauvinisme, een soort trots; ‘wij zijn het volk, wij zijn de politiek’. Dus in frankrijk praten ze veel meer over de politiek, en zijn ze ook meer betrokken bij de politiek. Wij in Nederland zijn daarentegen heel calvinistisch. Het hele sobere, het ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’, zo zijn wij in Nederland. Niet met je kop boven het maaiveld uit, en al zeker niet op een barricade. Dat Nederlanders gaan staken of protesteren, is al eigenlijk heel bijzonder. Maar, ik zal dit niet in mijn eentje kunnen verrichten. Als ik dat gele hesje aan doe, is dat gele hesje voor mij een teken dat ik op de barricade sta. En wij zijn niet van brandende autobanden op straat werpen, en we zeggen niet ‘niemand mag er doorheen’. Nee, we gaan niet letterlijk op de barricade staan, maar elke zaterdag lopen wij, de gele hesjes, heen en terug over de Erasmusbrug in Rotterdam.

Het doemscenario van de gele hesjes
Spreek ik hier van een doemscenario? Maak ik mij daar zorgen over? Ja! Voor mijzelf? Nee, het zal mijn tijd wel duren. Maar zwijgen is geen optie meer. Ik wilde mijn stem laten horen voordat het te laat is. Ik wil mensen wakker schudden. Het kost mij wel heel veel, ik ben er een week goed beroerd van geweest. Maar het geeft mij daarentegen geestelijk wel heel veel energie, doordat ik weet dat ik het gedaan heb. Het verzet begint met een kleine groep mensen. Eerst negeren ze je, dan maken ze je belachelijk, dan bestrijden ze je en dan win je. Dus wat je nu hoort en ziet is dat de gele hesjes ondergronds best wel groot worden, het rommelt daar dus een beetje. Het rommelt, en het begint ook in politiek Den Haag door te dringen.

Parasieten bestrijden
Het probleem met de gele hesjes is dat wij niet één beweging zijn. Er is op Twitter nu een heel gedoe geweest over een demonstratie in Amsterdam, waarbij een spandoek is getoont met daarop ‘Rothschild’, met in rood een soort bloeddruppels daaraan. Die mensen met het spandoek zeiden dat het rood voor alle banken staat, die ervoor hebben gezorgd dat wij in deze ellende zitten. Maar ik kan mij voorstellen dat mensen denken dat de gele hesjes daarmee antisemiten zijn. Rothschild is natuurlijk een Joodse familie, en dat mensen zeggen dat dit antisemitisme is, dat moet je bestrijden. Als ik die mensen was, zou ik ‘de banken’ zeggen, niet Rothschild. Zij hebben speciaal die naam genomen en daar distantieer ik mij van. Ik heb daar niets mee te maken. Ondertussen is er wel een discussie gaande dat er antisemieten tussen zitten. Het kan toch niet zo zijn dat een paar mensen het verpesten voor de rest? Hierdoor krijgen wij allemaal het stigma dat we antisemitistisch zijn. Daar maak ik mij ook zorgen over, en ondertussen wint alweer de regering. Dit komt doordat we zijn dit moment elkaar aan het bestrijden zijn, in plaats van dat we ons verenigen en met z’n allen zeggen ‘we hebben er genoeg van’. Het is natuurlijk wel moeilijk om deze parasieten te bestrijden, maar ik denk dat er ondertussen wel een eenheid aan het ontstaan is. Het heeft even tijd nodig, maar wat wij willen met onze gele hesjes, is het vreedzame.

Wij zijn helden
Verzet begint met een kleine groep mensen. En dan bedoel ik eigenlijk een kleine groep helden. Want onze groep gele hesjes vind ik echt helden. Het zijn de mensen die met hun kop boven het maaiveld uitkomen en die durven te zeggen wat ze denken en waar ze zich zorgen over maken. Op een nette manier. En ze laten zich niet meer intimideren.

Het strijden met de gele hesjes is ook een overwinning op mijn ziekte. Mijn ziekte gaat nooit meer weg, en ik zal ook nooit oud worden. Maar ik heb nog wel een paar jaar te leven. Dat kan ik doen door te bestaan, door te bestaan haal je adem, of je kan leven. En ik leef.”