We kennen het allemaal. De bel gaat, je doet de deur open en tegenover je staan twee mensen je op te wachten. Of je misschien even de tijd hebt om te kletsen over het geloof wat ze komen verkondigen. De Jehovah’s Getuigen. Een ding is zeker; ze zijn altijd aardig en beleefd. Maar wie zijn deze deurkloppers nou precies en waarom staan ze regelmatig voor de deur? Ik heb besloten de rollen eens een keertje om te draaien en de Jehovah’s op te zoeken. Misschien weten ze mij nog te redden en zo niet, hebben ze het in ieder geval geprobeerd.

Het is dinsdagavond als ik de Koninkrijkszaal voor het eerst in mijn leven betreed. Van buitenaf ziet het er uitgestorven uit. Ik vraag me af of ik wel op de juiste dag ben gekomen, maar de deur is open dus ik kan in ieder geval naar binnen. Het moment dat ik binnenstap word ik al aangesproken door een nette meneer in een blauw pak. De onwennigheid waarmee ik binnen kwam samen met het feit dat ik de enige broekdragende vrouw ben heeft mij waarschijnlijk verraden. De man verwelkomt mij hartelijk en vraagt mij beleefd via wie ik hier ben en of ik een avondje kom kijken. Eenmaal binnen wordt mijn hand tijdens het ophangen van mijn jas al vier keer geschud door wildvreemde mensen met een grote glimlach. Eenmaal in de zaal komen nog meer mensen zich netjes voorstellen en mij welkom heten. Ik heb me denk ik nog nooit zo welkom gevoeld op een plek met wildvreemden. Ik wilde ergens onopvallend gaan zitten, achterin, maar iedereen heeft mij door. Ze weten dat ik er niet ‘bij hoor’, maar geven mij alles behalve een ongemakkelijk gevoel. Ik neem plaats naast een sympathiek uitziende dame die zich voorstelt als Marianne (zie ook ‘Het is eigenlijk een hele grote brief van God‘). Ze lacht me toe en ik heb het gevoel dat ik in een warm bad terecht ben gekomen van verwelkomingen.

Het is mijn plicht
Met oprechte interesse luister ik naar de ‘Ouderling’ die de vergadering opent. We beginnen met een toepasselijk lied: ‘Prediken is van levensbelang’. Het is mijn plicht, wat God mij vraagt, het is van levensbelang. Waar ik ook ben maak ik bekend dat wie God dient in leven blijft, voor altijd. De tijd dringt, ’t is belangrijk dat ieder luistert, leert en leeft. Dus predik, blijf vertellen dat God graag eeuwig leven geeft.

Na het zingen gaan we over op ‘de schatten uit Gods woord’. We lezen een stukje uit de bijbel. Helaas heb ik zelf geen bijbel meegenomen, maar ik mag met Marianne meekijken. De enige bijbel die ik in mijn bezit heb is de Bijbel voor Ongelovigen van Guus Kuijer, maar ik denk dat het geen goed idee was geweest om die mee te nemen. We hebben het over Barnabas en Paulus. De stukken uit de bijbel over hun poging tot het maken van meer discipelen worden uitgebreid besproken. Er worden vragen gesteld en het ‘publiek’, ook wel broeder/zuster (…), mag de hand op steken en vervolgens het antwoord geven met behulp van een microfoon die vastzit aan een lange ijzeren stok. Het lijkt wel een talkshow. “Wat vinden jullie mooi aan dit stukje?” vraagt een man met een grote snor aan het publiek. “Toen Paulus was opgepakt en hij lag in de cel te slapen. Normaal zou je niet zo snel slapen in zo’n stressvolle situatie, maar Paulus had er alle vertrouwen in dat Jehovah hem zou helpen, dus hij sliep gewoon. Dat vind ik mooi, dat blindelingse vertrouwen in Jehovah.”

Pitch-training
Het volgende deel gaat over ‘de velddienst’. In salesjargon noemen wij dit pitch-training. Het begint met twee heren die het voorbeeld geven. Eén daarvan speelt de deur. “Een hele goede dag meneer, mijn naam is Peter en ik doe hier in de buurt vrijwilligerswerk . Ik zou u graag willen vragen wat u denkt dat het doel van het leven is.” “Nou, daar overval je me wel een beetje mee hoor. Ik denk… gelukkig zijn, met vrienden en familie en kinderen krijgen… Dat soort dingen.” “Ja, wat mooi. Kunt u voor mij dit stukje even voorlezen. Regel 3? Jehovah wil namelijk dezelfde dingen voor u.” Na de pitch wordt er commentaar (tips en tops) gegeven. “Begin altijd met een compliment”, vertelt de meneer op het podium. “Een compliment doet het altijd goed en dat stelt mensen op hun gemak.” Ik verbaas me over de gelijkenissen tussen training van de Jehovah’s Getuigen en de training die ik vroeger heb gehad met betrekking tot het deur-aan-deur werven voor donateurs.

Matige stemacteurs
Vervolgens kijken we een slecht gemonteerde video over het ‘eerste nabezoek’. Het zijn de silhouetten van twee kale mannen (matige stemacteurs) die met elkaar in gesprek gaan over de bijbel. “Het zijn silhouetten omdat je dan niet afgeleid raakt door wat je ziet en zo concentreer je je beter op wat er precies gezegd wordt”, fluistert Marianne me toe. In de video wordt verteld dat in de bijbel staat dat God AL zijn beloften heeft waargemaakt. “Als jij een vriend hebt die zijn woord altijd nakomt, dan heb je geen reden om hem niet te vertrouwen, toch?” Het silhouet in de deuropening lijkt overtuigd. Na afloop worden er vragen gesteld aan het publiek. “Wat ging er goed?” “Hij toonde interesse door te vragen hoe zijn week was geweest.”

Doe je best
De avond wordt weer afgesloten met een lied; sta niet stil, doe je best, ga naar iedereen! ’t Is goed nieuws voor altijd wat je overal verspreidt, op je werk of op school en van huis tot huis, en ook in je vrije tijd. De Ouderling vertelt hoe belangrijk het is om te blijven prediken en ‘de waarheid’ te blijven verspreiden. “Blijf om je heen kijken en met mensen in gesprek gaan, kijk of je niet tóch die ene collega een bijbelstudie kan aanbieden.” Ik moet eerlijk zeggen dat ik me goed zou kunnen voorstellen dat de collega’s en klasgenoten wel een beetje klaar zijn met het aanhoren van ‘de waarheid’ op het werk.

Klein souvenir voor thuis meegenomen

Wel kan ik concluderen dat de Jehovah’s Getuigen echt gepassioneerd zijn in wat ze doen en dat ze oprecht geloven dat dit het juiste is. Ze zijn vriendelijker en hartelijker dan de meeste mensen in onze huidige samenleving. Dus probeer de volgende keer dat er weer een keertje iemand bij jou aan de deur staat, eens aardig terug zijn en nodig ze uit voor een lekker kopje thee en een leuke discussie. Ik ben helaas niet meer te redden, maar jij misschien wel!