Hoewel een hervertelling van de Griekse mythen niet per se nodig was, heeft Stephen Fry in zijn nieuwste boek Mythos de bekende en minder bekende mythen opnieuw tot leven gewekt. In een verhalende stijl maakt de lezer bladzijde voor bladzijde wederom kennis met de Griekse goden, maar ook met Fry’s kijk op deze mythen.

Mijn eerste kennismaking met Stephen Fry is tijdens de jaarlijkse uitzending van Hier is… Adriaan van Dis op 8 maart 2018. Na vijf voorgaande edities, zou de zesde editie alleen doorgaan als die ene Britse auteur, die Van Dis al enige tijd bewonderde, op zijn uitnodiging in zou gaan. Van Dis begon zijn interview met Fry om over hem te spreken alsof het een held is, “ik zat dus nogal in de put. Maar ik putte veel troost in uw boeken. En ik dacht: als er nou één auteur is die weet wat onvolmaaktheid is, en gebroken zijn, dan bent u dat.” Verderop in het interview werkte die bewondering ook op mij. Fry brengt Van Dis en mij tot zwijgen.

Toegankelijkheid voorop
De toegankelijkheid van deze Griekse mythen en sagen is al snel te merken in de schrijfstijl van Fry. In het voorwoord beschrijft hij meteen al zijn inzet van het verhaal. Dat de mythen simpelweg verteld worden, en ze niet filosofisch of psychologisch te duiden. Fry houdt de verhalen eenvoudig, terwijl de kern van de mythen niet verloren gaat aan de grootsheid van de verhalen. In combinatie van Fry’s eigen fantasie wekt Mythos de Griekse mythologie weer tot leven.

Om terug te komen op de toegankelijkheid van Stephen Fry’s Mythos, speelt herkenning ook een grote rol. Tijdens het lezen van de verhalen van de olympische goden wordt er vaak verwezen naar de romeinse tegenhanger, of naar de alledaagse bijbelse verhalen. Fry heeft dan wel niet alle mythen herverteld, maar heeft een selectie gemaakt van mythen die vooral te maken hebben met een centraal thema.

Het zijn net mensen
Mythos benadrukt vooral de imperfecte, menselijke eigenschappen van de hoofdpersonages. Van het grote familiedrama bij de ontstaansmythe van de godenwereld, tot aan de vele liefdesperikelen van oppergod Zeus. “Goden. Het zijn net mensen”, luidt Fry’s commentaar. In Fry’s selectie wil hij vooral de gelijkenis tussen mensen en deze mythen afschilderen.

Hoezeer ook deze commentaren heel wat toevoegen aan de Griekse mythen, het verhaal zelf blijft aan de oppervlakte. Fry’s persoonlijkheid komt toch echt te weinig terug in Mythos, en dat is zeker een gemis. Een stukje gemis van de mystiek van de mythen, of juist een slechte vertaling? Ik denk dat het toch echt aan de lezerservaring ligt. Het enthousiasme van die prachtige, maar toch brommerige vertelstem is te missen aan deze vertalingen. Dit is met name te merken als hij een stuk voorleest in een van zijn interviews over Mythos. Het zou dus eerder een bonus zijn in het origineel, die stem van Fry als je het boek in duikt.

Of de verhalen helemaal kloppen? Nee, een classicus zal hier en daar wat kleine foutjes in deze hervertelling vinden. Maar dat is niet waar Mythos om draait. Fry laat dit geen interpretatie blijken, maar eerder een verhaal wat levend gehouden moet worden. Mythos is een werk van liefde. En dat blijkt al helemaal uit dat deze liefde van Fry voor Griekse mythologie in dit boek echt te voelen is, en dat maakt de leeservaring echt uniek.

Stephen Fry: Mythos. Penguin, 416 blz. € 22,99
Vertaling Mythos door Henny Corver, Ineke van den Elskamp, Pon Ruiter en Frits van der Waa. Thomas Rap, 422 blz. € 24,99

 

Bekijk hier nog eens het interview tussen Adriaan van Dis en Stephen Fry.