Iedereen weet dat er oorlog in Syrië is. En iedereen weet dat er inmiddels vijf miljoen Syriërs gevlucht zijn naar het buitenland. Maar weet iedereen dat een klein deel van die mensen nu in de flat op de hoek woont, alles op alles zettend om in te burgeren in een vreemd land? In Nieuwegein zijn momenteel zo'n 150 van deze mensen. De 16-jarige Ghaith is er een van: "Met mijn oma kwam ik naar Nederland. Ik heb te veel gezien onderweg."

“We zaten in de klas in Damascus. Mijn vriend en ik moesten naar het wc-gebouw op het schoolplein. Ik hoorde de vliegtuigen en rende terug naar de school, maar mijn vriend niet. Even later vond ik hem, dood. Op de grond waar we zo vaak samen hadden gespeeld.”

“Mijn naam is Ghaith en ik ben 16 jaar. Ik heb al een baard dus mensen denken vaak dat ik ouder ben. Op mijn 14de kwam ik met mijn oma naar Nederland. Het was niet meer veilig voor mij in Syrië, Assads mannen wilden me in hun leger omdat ik lang was. Oma ging mee. Eerst naar Turkije, toen met 33 mensen in de boot naar Griekenland. Ik was rustig. Schreeuwen zoals die andere mensen deden heeft geen zin. We zaten een paar dagen op een militair eiland zonder eten en toen kwam er een boot die ons meenam naar Athene en wel eten aan boord had. Vanaf daar ging ik met de bus naar Macedonië, toen heb ik 20 uur gelopen naar Servië en daarna via Oostenrijk naar Duitsland.”

“In Duitsland was ik bang. Het was de eerste keer tijdens de reis dat we niet wisten wat we moesten doen. De politie stopte ons en zei: als je naar Nederland wilt moet je het zelf regelen. Maar wij hadden geen geld meer en ons mobieltje was stuk. We wilden naar mijn oom, die was in Nieuwegein. Gelukkig had oma het nummer van hem opgeschreven en toen konden we bellen met het mobiel van iemand anders. Mijn oom stuurde ons geld en een paar dagen later zaten we in de trein naar Nederland. Bij hem thuis kon ik eindelijk, na 40 dagen, weer rustig slapen.”

“In Damascus zat ik op voetbal en hielp ik mijn oom in de kledingwinkel. Mijn vader zag ik in 2012 voor het laatst. Ik ging een dag met mijn broertje Hamsa, zusje Kamer en mijn moeder op bezoek bij mijn grootouders, in een andere wijk. Precies toen werden de straten afgesloten. Het gebied waar mijn vader zat was in handen van de oppositie en dus kon hij niet weg en wij niet terug. In Nederland kon ik visa regelen voor mijn familie. Mijn moeder was in Libanon met Hamsa en Kamer. Mijn vader was naar Turkije gevlucht. Toen kwamen ze naar Nederland. Eindelijk had ik weer familie en werd er weer voor me gezorgd. Het was Ramadan toen ik mijn vader weer zag. Ik was een man geworden. Vijf jaar had ik hem niet gezien.”

“Nu wonen we alle vijf samen in een huis in Nieuwegein. Ik ben gelukkig. Ik zit op de taalschool en ben de keeper van Team Geinoord. Vorige week hadden we verloren helaas. Op school heb ik mijn beste vriend Ghassan leren kennen. Vaak gaan we samen chillen maar tijdens Ramadan zijn we moe en gaan we na school alleen maar slapen. Met Kamer en Hamsa gaat het ook goed. Hamsa van 7 had laatst Nederlandse scheldwoorden geroepen naar zijn leraar op de Nederlandse school. Niemand van mijn familie wist wat het betekende en we zeiden: Hamsa, waar heb jij dat geleerd? Hij kijkt veel televisie en kan nu al beter Nederlands dan iedereen in mijn familie. De leraar moest lachen om onze verbaasde gezichten.”

“Later wil ik bij de politie onderzoek gaan doen. Rechercheur. Maar eerst naar het ROC Handel. Ik wil niet terug naar Syrië. Alleen om familie op te zoeken, maar als ik nu ga wordt ik opgepakt. Van Damascus naar Turkije was het al bijna fout gegaan. Toen werd ik geslagen door de mannen van Assad. Ze dachten dat ik aan het vluchten was. Omdat oma erbij was lieten ze me gaan. Ik wil dat nooit meer meemaken.”

Zie ook het verhaal van de vader van Ghaith: “In Syrië denken ze dat ik terrorist ben”